Kinderen zijn door sport en bewegen gezonder, socialer en weerbaarder en de lessen die ze door sportdeelname leren, vormt hen in belangrijke mate voor het leven. Met de lesprogramma’s van het Positief Coachen Programma reikt Stichting Jeugdsport vaardigheden en tools aan voor trainers, coaches en team(bege-)leiders, die sterk bijdragen aan een positieve sportontwikkeling, een positieve sportbeleving en een positief zelfbeeld van kinderen.

Maar.. daarmee zijn we er (nog) niet!

(1) Er is een groeiende tendens tot normverschuiving en –vervaging in de sport. De positieve waarden van sport als gezondheid, fitheid, zelfwaardering, zelfrealisatie, plezier en goede sociale contacten worden verlegd naar egocentrische waarden. Op en rond de sportvelden zien we wekelijks de effecten hiervan: asociaal en pestgedrag, discriminatie, respectloosheid, onverdraagzaamheid en prestatiedrang. Het wordt steeds duidelijker dat sport door deze verloedering de normale fysieke en sociale ontwikkeling bij kinderen ernstig kan verstoren. Kinderen gaan steeds meer gedrag imiteren dat ze zien als de norm bij volwassenen(sport) en van wat zij aanvoelen als ‘normaal’: het verdragen van pijn, het veroordelen op basis van afkomst, geloof, beperking of lichamelijke conditie, ‘uitbarstingen’ van positieve en negatieve emoties, de aanvaardbaarheid van overtredingen, het ten koste van alles moeten winnen. Dit ‘egocentrisme’ is langzamerhand een maatschappelijke ‘waarde’ geworden: jezelf, je ego steeds het allerbelangrijkst maken. En hoe belangrijker we onszelf maken, hoe minder we oog hebben voor de ander. Egocentrisme creëert egocentrisme. Ons egocentrisme komt steeds voort uit het egocentrisme van anderen en staat lijnrecht tegenover bescheidenheid, integriteit en empathie. Ze belemmert alles wat te maken heeft met onze hoogste menselijke waarden en met de puurheid van sport.

(2) Daarbij komt dat de context van het Positief Coachen Programma min of meer uitgaat van een homogene groep kinderen, de ‘grote gemene deler’. De praktijk is (natuurlijk) weerbarstiger: elk jeugdteam heeft waarschijnlijk een gekleurd kind, een druk kind, een dik kind, een labiel kind en/of een niet sportief-getalenteerd kind… Hoe ga je als trainer, coach en/of team(bege-)leider met dit ‘soort’ kinderen om die (zo) ‘anders’ zijn? Hoe zorg je dat deze kinderen met even veel plezier en zelfvertrouwen aan de sportactiviteit deelnemen en niet vroegtijdig met sporten stoppen? Hoe zorg je ervoor dat deze kinderen door het team worden geaccepteerd én gerespecteerd? Zomaar een paar vragen waar het Positief Coachen Programma niet echt een antwoord op geeft.

Door het toenemende egocentrisme in de jeugdsport en door de heterogeniteit van veel sportteams, ontwikkelt Stichting Jeugdsport naast de lesprogramma’s van het Positief Coachen Programma, ook andere lesprogramma’s binnen het kader van ‘Ethisch Verantwoord Sporten’.

Ethisch Verantwoord Sporten. Wat houdt dit nu precies in?ethischcoachen
‘Een kritische bezinning over het juist handelen in de (jeugd)sport’
‘Het geheel van positieve waarden en daarmee verband houdende preventieve en curatieve maatregelen, bepalingen en aanbevelingen die eenieder in acht moet nemen met het oog op de bewaring en bevordering van de ethische dimensie in de (jeugd)sport.’

Ethisch Verantwoord Sporten of EVS, gaat over waarden en normen binnen de (jeugd)sport. Binnen de context van een coach/kindrelatie of zo u wilt coach/teamrelatie, gaat het om de vraag welk sportklimaat we met elkaar wenselijk achten waarbinnen volwassenen en kinderen samen zijn en welke waarden en normen we daarin weerspiegeld willen zien. Volgens Stichting jeugdsport zou het deze waarden moeten zijn: positiviteit, sportiviteit, participatie & diversiteit, (fysieke- en psychische-) integriteit, verantwoordelijk-heidszin, solidariteit, verdraagzaamheid en kwalitatieve begeleiding.

Een aantal EVS waarden omschreven
Positiviteit – het benadrukken van de positieve waarden van jeugdsport en kinderen beschermen tegen de negatieve effecten.
Sportiviteit of ‘Fair play’ – het hanteren van een aantal afspraken en regels om de sport aantrekkelijk en plezierig te houden.
Participatie* & Diversiteit – actieve deelname van en respectvol omgaan met elk kind, ongeacht afkomst, beperking, ..
(fysieke en psychische) Integriteit – onschendbaarheid van lichaam en geest, dit kan geschonden worden door overbelasting, pesterijen, ..
Solidariteit – besef dat je bij elkaar hoort, elkaar steunt door ‘dik en dun’, solidair zijn met ‘lief en leed’ van alle spelers.
*Sport is niet enkel een noodzaak voor een ‘volwaardige’ ontwikkeling van een kind, het is een fundamenteel recht. Zoals een kind ook recht heeft op goed onderwijs en liefhebbende ouders.

Eigenlijk hebben we (dus) geen hemelbestormende of utopische ideaalbeelden waar jeugdsport voor zou moeten staan. Of wel soms? Volgens ons zouden deze waarden de normaalste zaak van de wereld moeten zijn en ieder verstandig mens zal dit moeten kunnen beamen. Daarom gaan we ervan uit dat een positieve aanpak hierbij effectiever werkt dan een veroordelende. Juist omdat iedereen deze waarden als ‘normaal’ zou moeten beschouwen (..) Daarom hebben we ons in eerste instantie de (simpele) vraag gesteld: ‘wat zouden de rechten van het sportend kind moeten zijn?’ om daarmee de uitgangspunten van EVS vast te leggen. Op basis hiervan hebben we naast het Positief Coachen Programma, additionele programma’s ontwikkeld met thematieken als ‘hoe voorkom je (onnodige) blessures?’, ‘hoe kun je kinderen over hun faalangst helpen?’, ‘hoe kun je kinderen bewust maken van een gezond voedingspatroon?’ en ‘hoe coach je drukke kinderen?’. Pas in tweede instantie zijn we lesprogramma’s gaan ontwikkelen die mee kunnen helpen om uitwassen in de sport te voorkomen of te beperken.

De rechten van het sportend kind EVS Verklaring(1)
1. Ieder kind heeft het recht om sport te beoefenen;
2. Ieder kind heeft het recht om plezier te beleven aan het spel;
3. Ieder kind heeft het recht op een positieve, uitdagende, gezonde en veilige leeromgeving;
4. Ieder kind heeft het recht om met respect behandeld te worden;
5. Ieder kind heeft het recht op trainers en coaches die ze begrijpen;
6. Ieder kind heeft het recht om te sporten aangepast aan de eigen capaciteiten;
7. Ieder kind heeft het recht op duidelijke regels en een consistente en voorspelbare aanpak;
8. Ieder kind heeft het recht om zich te meten met anderen van hetzelfde niveau;
9. Ieder kind heeft het recht op rust(momenten) tijdens en na intensieve trainingsarbeid;
10. Ieder kind heeft het recht om geen kampioen te moeten worden, maar wel te mogen zijn.

Met bovenstaande rechten van het sportend kind, hebben we als oogmerk dat ieder kind het recht heeft op (1) de ontwikkeling van sportcompetenties, (2) de ontwikkeling van een competitiestijl in een positieve, uitdagende, gezonde en veilige (leer)omgeving, (3) de ontwikkeling van een positief zelfbeeld en van een goede relatiebekwaamheid. Deze punten vormen tegelijk de kern van de normen en verwachtingen die men in de meeste Europese landen stelt ten aanzien van jeugdsport (in België bijvoorbeeld kent men al sedert 2007 regelgeving rond Ethisch Verantwoord Sporten). Deze rechten van het sportend kind hebben we in een verklaring gegoten, de ‘EVS Verklaring’. Trainers, coaches en team(bege-)leiders die de Verklaring ondertekenen, bevestigen hiermee dat zij de rechten van het sportend kind onderschrijven én zich hiervoor willen inzetten.

Tot slot, de rechten van het sportend kind reiken verder dan het raamwerk (‘Vijf Principes’) voor het Positief Coachen Programma. Toch denken we dat de ‘EVS-lading’ wordt gedekt door het Positief Coachen Programma, mits de jeugdsportactiviteit plaatsvindt (1) in een recreatieve sportieve sfeer (2) met ouders als trainer, coach en/of team(bege-)leider die begrip hebben voor kinderen die ‘anders’ zijn. Het Positief Coachen Programma kan worden aangevuld met onderstaande programma’s – deze treft u hier aan – al naar gelang de behoefte en/of er een directe aanleiding toe is (afhankelijk van de problematiek in een jeugdteam).

schema

EVS Verklaring | Rechten van het sportend kind | Copyright © 2015 Stichting Jeugdsport. Alle rechten voorbehouden. Teksten/materialen: Ronald Swensson.
Rechten van het sportend kind is enerzijds gebaseerd op het raamwerk (‘Vijf Principes’) voor het Positief Coachen Programma – een gedeeltelijk abstract van de wetenschappelijke basis voor het Positive Parenting Program en divers ander (internationaal) onderzoek (opgenomen in het Zakboekje ‘Achtergronden Positief Coachen’, zie ‘Lesmateriaal Positief Coachen’) – en anderzijds op de Internationale Panathlon Verklaring. Wij hebben ons niet gebaseerd (maar wel laten inspireren) op het Panathlon Charter over de Rechten van het Kind in de Sport. Dit Charter en de Internationale Panathlon Verklaring zijn naar onze smaak teveel geschreven voor een prestatieve sportomgeving en voor de doelgroep die Stichting Jeugdsport voor ogen heeft – ouders die jeugdteams trainen, coachen en/of (bege-)leiden in een recreatieve sportcontext – niet geschikt. Verder vinden wij de wetenschappelijke basis voor het Charter ontoereikend, vandaar dat we de letterlijke tekst van het Panathlon Charter over de Rechten van het Kind in de Sport niet hebben overgenomen. Download de Panathlon Verklaring (Eng.).