logo-in_veilige-handen-rgbjpg
In veilige handen is een project van de Vereniging NOV gericht op het voorkomen van seksueel misbruik van minderjarigen bij verenigingen en vrijwilligersorganisaties. Hiertoe is een stappenplan ontwikkeld dat begint bij het bespreekbaar maken van het onderwerp en eindigt bij het informeren van alle betrokkenen. De 14 stappen helpen verenigingen om achter de schermen alles zo te regelen dat minderjarigen echt in veilige handen zijn binnen het vrijwilligerswerk. Ga naar de website.
vsk
In het seizoen 2013-2014 is in opdracht van VSK het Trainer-Kind-Interactie-onderzoek uitgevoerd. De hoofdvraag van het onderzoek luidde: Wat zijn de succes- en faalfactoren in het gedrag van trainer/coaches bij het creëren van een veilig en ontwikkelingsgericht sportklimaat. De resultaten laten een beeld zien van effectief trainersgedrag als het gaat om het creëren van een sociaal veilig en ontwikkelinggericht sportklimaat. Allereerst valt op dat de meeste trainers zich bewust zijn van hun belangrijke functie als rolmodel en van de opvoedende waarde die hun voorbeeldgedrag kan hebben. Ten tweede valt op dat de meeste trainer/coaches de belangrijkste succesfactoren goed kunnen verwoorden: het belang van positief coachen wordt bijna altijd spontaan genoemd. Dat geldt ook voor het belang van plezier als bron van motivatie. Ook wordt breed onderkend dat de focus niet te zeer op het winnen moet liggen, maar eerder op ‘winst boeken op individueel niveau’. Lees verder.
mijnkindonline
Eén op de vijf kinderen wordt gepest op sociale media. Scholen komen in actie en moeten vanaf 2015 verplicht anti-pestprogramma’s uitvoeren. Maar bij sportclubs, waar het probleem evenzeer speelt, staat de aanpak van cyberpesten nog in de kinderschoenen. Sportverenigingen staan vaak met lege handen bij misbruik van sociale media als WhatsApp en Twitter. Zeker voor jeugdleden zijn de grenzen van sportief mediagebruik niet altijd duidelijk. De Koninklijke Nederlandse Hockeybond (KNHB) en Mijn Kind Online starten daarom de campagne Sportief met Sociale Media, met een toolkit voor sportverenigingen. Lees verder.
vsk
De manier waarop trainer/coaches omgaan met jeugdsporters is bepalend voor de ontwikkeling van jeugdsporters. Het verdiepende onderzoek Trainer-kind interactie richt zich specifiek op die interactie tussen trainers en hun jeugdsporters. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het programma ‘Naar een veiliger sportklimaat’ (VSK). Startpunt in het onderzoek vormde het gedrag van de trainer dat bepalend is voor wat jeugdsporters ervaren en leren tijdens trainingen en wedstrijden. Vervolgens is nagegaan welke betekenissen dat gedrag van de trainer heeft voor jeugdsporters en welke mechanismen daarachter zitten. Lees het rapport.
veiligheid
Sporten is gezond voor kinderen. Maar helaas neemt ook het aantal sportblessures fors toe. In een periode van zes jaar is het jaarlijks aantal sportblessures bij 9-12 jarigen gestegen van 130 duizend naar 230 duizend. De stijging wordt deels verklaard doordat sportende kinderen steeds meer uren sporten. Als hiervoor wordt gecorrigeerd is er nog steeds sprake van een stijging van het totaal aantal sportblessures voor deze leeftijdsgroep met maar liefst 50 procent. Voorname oorzaak van de toename van blessures is het minder bewegen van 9-12 jarigen. Het aantal kinderen dat voldoet aan de bewegingsnorm is in vijf jaar tijd bijna gehalveerd. Onderzoek van VUmc laat zien dat de motorische vaardigheden van kinderen steeds slechter worden en dat dit leidt tot een grotere kans op ernstig letsel. Bijvoorbeeld door een val tijdens bewegingsonderwijs. Bij kinderen zijn goed ontwikkelde motorische vaardigheden essentieel om sportblessures te voorkomen. Daarom is het belangrijk kinderen te trainen in sportieve basisvaardigheden, zoals motoriek, spierkracht en lenigheid. Daarnaast zien we een ontwikkeling dat kinderen die sporten, dat steeds intensiever gaan doen. Bij deze kinderen ligt overbelasting op de loer. De blessures die kinderen hierdoor oplopen zijn weliswaar minder talrijk in aantal dan de blessures bij de grote groep die te weinig beweegt, maar vormen wel een reëel probleem. Ouders en het sportkader bij verenigingen hebben een belangrijke rol kinderen hierin te begeleiden. Download het rapport.
logo_trimbos
Jongeren die lichamelijk actief zijn hebben gemiddeld minder geestelijke problemen. Onderzoek van het Trimbos-instituut en de Vrije Universiteit laat zien dat dit deels verklaard wordt door een beter lichaamsbeeld en de sociale aspecten van sportdeelname. De onderzoekers maakten gebruik van de gegevens van ruim 7000 Nederlandse middelbare scholieren die deelnamen aan de Health Behaviour in School-Aged Children Survey (HBSC). Lees verder.
Logo-UT
De positieve psychologie zou in 2000 zijn ontstaan en heeft de afgelopen jaren een sterke groei gekend. Wat is er bereikt? Wat belooft de positieve psychologie? De kern van positieve psychologie is dat die ervan uitgaat dat – binnen de beperkingen die er zijn – het grootste potentieel voor floreren of optimaal functioneren van individuen niet ligt in de analyse en het minimaliseren van deficiënties en problemen, maar in het ontdekken, waarderen en ontwikkelen van sterke kanten en positieve ervaringen. Positieve psychologie heeft daarmee veel verwantschap met de uitgangspunten van positief coachen. Lees het rapport.
logo_kuleuven(1)
Beleid & Management in Sport (BMS) is een publicatiereeks van de Onderzoeksgroep Sport- & Bewegingsbeleid van de KU Leuven. De BMS-rapporten willen een bijdrage leveren aan het sociaalwetenschappelijke onderzoek naar beleid en management met betrekking tot sport en fysieke activiteit. Mits registratie kunnen deze rapporten gratis gedownload worden. Ga naar het overzicht.
Montana State University
Interessant Amerikaans onderzoek waarin studenten/sporters werd gevraagd om de belangrijkste eigenschap van hun favoriete coach te noemen. 50% van hen gaf aan dat de sociale ondersteuning van en de persoonlijke relatie met de coach voor hen de belangrijkste eigenschap was. 30% gaf aan dat de kwaliteit van de training en instructie voor hen op de eerste plaats kwam en maar 10% noemde positieve feedback op prestaties als belangrijkste eigenschap van hun favoriete coach. Verder citeren de onderzoekers veel onderzoek naar bijvoorbeeld sportmotivatie bij jongeren. Download het onderzoek.
UU-logo
Het onderzoek toont het grote belang aan dat jeugdtrainers zich bewust moeten zijn van hun rol en tevens dat zij een opvoedkundige houding moeten hebben in hun omgang met jeugdsporters, omdat zij een cruciale rol spelen als het gaat om de positieve of negatieve ontwikkeling van kinderen. Deze studie onderstreept de noodzaak om jeugdsportcoaches pedagogische ondersteuning te geven, bijvoorbeeld door middel van pedagogische opleidingen. Download de studie.
logomontreal
In de sport wordt positief coachen sterk gepropageerd. En terecht, want positief coachen leidt bij met name jonge kinderen tot meer plezier, meer motivatie en betere prestaties in de sport. Door alle aandacht voor positief coachen – en de nadruk op het geven van positieve feedback – lijkt negatieve feedback langzamerhand als ‘not done’ te worden ervaren terwijl elke coach weet dat er momenten zijn waarop jeugdige spelers kunnen leren van wat niet goed gaat (zie ook onderstaand onderzoek van de Universiteit van Leiden). Daarom is het onderzoek van Carpentier en Mageau (2013) interessant over de positieve effecten van negatieve feedback. Carpentier en Mageau beginnen met het hernoemen van negatieve feedback. De reden dat zij kiezen voor een andere term, is dat de term negatieve feedback op twee manieren geïnterpreteerd kan worden. Negatieve feedback kan slaan op de inhoud van de feedback – ofwel benoemen dat iets niet goed gaat – of op de manier waarop de feedback ervaren wordt, ofwel een sporter vindt het krijgen van feedback een negatieve ervaring. De onderzoekers spreken liever over ‘change-oriented feedback’, oftewel ‘veranderingsgerichte feedback’. Zij beschrijven ‘veranderings-gerichte feedback’ als feedback die aangeeft dat de uitvoering ontoereikend is en dat andere gedragingen nodig zijn om het doel te bereiken. Dat is wellicht wat abstract, (veel) simpeler gezegd komt het neer op feedback die aangeeft dat het niet goed gaat en dat het anders moet (negatieve feedback dus inderdaad…). De onderzoekers vinden een positieve relatie tussen de kwaliteit van de veranderingsgerichte feedback van de coach en de intrinsieke motivatie van de sporter. Hoe meer kwalitatief goede veranderingsgerichte feedback werd gegeven, hoe meer intrinsiek gemotiveerd de sporters zijn. Goed gebrachte veranderingsgerichte feedback (‘negatieve feedback’) blijkt samen te hangen met alle peilers van intrinsieke motivatie (te weten gevoelens van autonomie, competentie en saamhorigheid). Daarnaast is er een positief verband met het welzijn en het zelfvertrouwen van de sporters; kwalitatief goede veranderingsgerichte feedback hangt samen met een beter welzijn en zelfvertrouwen van de sporters. Hoe meer, en hoe beter gebrachte, veranderingsgerichte feedback, hoe beter de sporters zich voelen. Download het rapport (Eng).
logouniversiteit
Kinderen van acht hebben een radicaal andere leerstrategie dan kinderen van twaalf en volwassenen. Achtjarigen leren vooral van positieve feedback (‘prima gedaan’). Maar bij negatieve feedback (‘jammer, mis’) gaan er nog nauwelijks alarmbellen rinkelen. Twaalfjarigen verwerken negatieve feedback juist heel goed, en gebruiken die om te leren van hun fouten. Zo doen volwassen het ook, alleen dan nog een stuk efficiënter. De switch in leerstrategie blijkt uit gedragsonderzoek, dat laat zien dat achtjarigen onevenredig inaccuraat reageren op negatieve feedback. Maar de switch is ook te zien in de hersenen, zo ontdekten ontwikkelingspsycholoog dr. Eveline Crone en haar collega’s van het Leidse Brain and Development Lab met fMRI-onderzoek. ‘Namelijk in de hersengebieden die verantwoordelijk zijn voor de cognitieve controle. Deze gebieden zitten in de hersenschors. Bij kinderen van acht en negen jaar reageren deze gebieden heel sterk op positieve feedback, en nauwelijks op negatieve. Uit de literatuur blijkt dat jonge kinderen beter op beloning reageren dan op straf.’ Ook kan ze zich wel voorstellen hoe het komt: ‘De informatie dat je iets niet goed hebt gedaan, is ingewikkelder dan de informatie dat je iets wel goed hebt gedaan. Leren van je fouten is complexer dan doorgaan op dezelfde weg. Je moet je af gaan vragen wat er dan precies fout was en hoe het wel zou kunnen.’ Lees verder.
logoICES_positief_kleur_horizontaal
ICES is een onafhankelijk Belgisch kenniscentrum dat experts en deskundigen in de wereld van ethiek in de sport en lichamelijke opvoeding samenbrengt, hun kennis en ervaring verzamelt en ter beschikking stelt. Via een duidelijke structuur van het kenniscentrum worden de bezoekers geïntroduceerd in de wereld van ethiek in de sport en lichamelijke opvoeding. Ga naar de website.
verwey-jonker-logo
Tussen 2010 en 2012 ontvingen twee sportverenigingen uit de Rotterdamse deelgemeente IJsselmonde ondersteuning van een pedagogisch coördinator. Deze was in dienst van Rotterdam Sportsupport en had als doelstellingen: bijdragen aan een duurzaam pedagogisch klimaat op de sportverenigingen en opgroei- en opvoedproblemen bij jeugdleden in een vroegtijdig stadium signaleren. Uit onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut blijkt dat de werkzaamheden van de pedagogisch coördinator op de lange termijn kunnen bijdragen aan een positief opgroei- en opvoed-klimaat op sportverenigingen. De rapportage bespreekt de onderzoeksresultaten en geeft een toekomstvisie op pedagogische ondersteuning van sportverenigingen en op de positie van sport-verenigingen in de jeugdketen. Lees verder.
sportsoc
Eind 2012 was de aftrap van het kennis- en innovatienetwerk Sport & Society, een samenwerking van Hogeschool Utrecht en de Universiteit Utrecht. Sport & Society stelt zich meerdere doelen, waaronder een verdere vergroting van de betekenis, zichtbaarheid en herkenbaarheid van het maatschappelijk relevante sport- en samenlevingsonderzoek en –onderwijs. Binnen de HU en UU houden zich momenteel al een kleine 60 medewerkers bezig met vraagstukken over sport & vitaliteit, sport & participatie, sport & jeugd & identiteit en sport & instituties; onder hen vijf hoogleraren en vijf lectoren. Zij verzamelen niet alleen kennis, maar denken ook mee over praktische toepassingen voor de praktijk en het onderwijs. Een aantal onderzoeken (in het Engels) zijn relevant voor sportcoaches. Lees verder.
Voedingscentrum-logo
Je kind zit in de hoogste groepen van de basisschool. Hij groeit flink en krijgt een eigen mening. Bijvoorbeeld als het gaat om eten, snoepen, televisie kijken en computeren. Wil je weten wat goed is voor je kind? Het Voedingscentrum heeft hierover een praktische folder uitgegeven. Lees verder.
Een onderzoek naar de betekenis die trainers geven aan de rol die zij (kunnen) spelen in de opvoeding van kinderen in en door sport. Hiervoor zijn zestien trainers geobserveerd en geïnterviewd binnen drie verschillende sporten: gymnastiek, tennis en voetbal. De meeste trainers zien een rol voor zichzelf weggelegd in de opvoeding van kinderen in en door sport. Maar niet alle trainers zijn zich bewust van deze rol en enkele trainers vinden zelfs dat ze deze rol niet hebben. Toch blijkt dat alle trainers een klimaat creëren waarin kinderen zich kunnen ontwikkelen. Hier is sprake van onbewuste opvoeding. Zowel de onbewuste rol in de opvoeding als de bewuste rol, vullen trainers in door kinderen normen, waarden en sociale vaardigheden aan te leren. Ze zeggen dat ze kinderen deze aspecten vooral aanleren door ze te belonen en ze aan te spreken op hun gedrag en minder door gebruik te maken van straffen. Centraal voor vrijwel alle trainers staat plezier in de training, al wordt aan het begrip plezier verschillende betekenissen gegeven door de trainers. Sommige trainers denken dat kinderen plezier hebben als ze lekker bezig zijn, andere leggen de nadruk op sociale contacten en er zijn trainers die vinden dat kinderen pas echt plezier hebben als ze beter worden en winnen. Deze laatste trainers lijken zich er niet van bewust dat veel nadruk op competitie en winnen een negatieve invloed kan hebben op kinderen. Ten slotte zijn de meeste trainers van mening dat verschillende kinderen een verschillende benaderingswijze nodig hebben. Alle trainers zeggen rekening te houden met het feit dat kinderen verschillend zijn. Download het rapport.